P, A, S en M

De belichting van je foto’s hang af van een aantal factoren. Dit zijn de sluitertijd, ISO waarde en diafragma. Hoe deze samenhangen is van groot belang om te kunnen bepalen in welke stand je het beste kunt fotograferen. Professionele fotografen zullen het liefste fotograferen in de M-stand. Deze heet ook wel de handmatige modus of in het Engels manual mode. De reden dat ze hiervoor kiezen is dat ze zo de meeste controle hebben over hun belichting. Maar wanneer kun je hier dan het beste voor kiezen? Kun je alleen als professionele fotograaf in deze modus schieten, en waarom bestaan de andere modussen dan? Dat vertel ik je allemaal in dit artikel.

A of Av (diafragma)

De A of Av modus (voor het gemak vanaf nu A genoemd), is de diafragmaprioriteit modus. De A staat voor de engelse benaming: Aperture. Letterlijk betekent dit opening, en dat is ook precies wat het doet. Wat het diafragma precies inhoudt, vertel ik in het artikel over diafragma wat duidelijker. In deze modus heb je de controle over hoe je het diafragma instelt. Dit kunnen verschillende waarden zijn, bijvoorbeeld F1.4, F8 of F22. Bij F1.4 staat het diafragma bijna helemaal open, terwijl het bij F22 bijna helemaal dicht zit.

Als je je camera in de A stand zet, kun je deze waarden helemaal naar je eigen wensen aanpassen, waarbij je camera vervolgens een sluitertijd en ISO kiest om een goede belichting in de foto te creëren. Het voordeel hiervan is dat je snel de waarde aan kunt passen wanneer dat moet, zonder in te leveren op de belichting van de foto. Wat je in de foto als gevolg hiervan ziet, is dat je weinig scherptediepte of juist veel scherptediepte kunt behalen. In een portretfoto is het vaak wel mooi dat de achtergrond onscherp is. Dit heet een kleine scherptediepte. In het Engels ook wel ‘shallow depth of field’ genoemd. Een andere populaire term hiervoor is het Japanse woord bokeh.

Er zitten echter ook wel wat nadelen aan het gebruik van de A stand. Je camera weet bijvoorbeeld niet wat een acceptabele sluitertijd is voor jou om te gebruiken. Het zou bijvoorbeeld zomaar kunnen zijn dat je camera ervoor kiest om een sluitertijd van 1 seconde te gebruiken om het licht te compenseren.

De diafragmaprioriteit modus is perfect voor fotografie waarbij je een onscherpe achtergrond wil bereiken.

S of Tv (sluitertijd)

De S staat voor het Engelse woord Shutter (priority). In het Nederlands begint het woord gelukkig ook met een S, dus dat is lekker makkelijk te onthouden. Canon camera’s gebruiken vaak de benaming Tv, wat staat voor “Time Value”. De naam van deze modus zegt het al. Hier kun je het beste heen als je de sluitertijd van je camera aan wil passen! De ins en outs van de sluitertijd behandel ik in het artikel over de sluitertijd, maar hier vind je wanneer het hem het beste toe kunt passen. De sluitertijd staat voor de tijd die het licht heeft om op de sensor te vallen, dus hoe lang de sluiter open staat. Hoe langer dit duurt, hoe meer beweging de sensor vast kan leggen. Is beweging vastleggen dus je doel, of als je juist geen beweging in je foto wil hebben, is dit de modus die je moet hebben. Bij deze stand moet je er wel even op letten dat het diafragma en ISO gewenste waarden hebben. De S stand is net als de A stand namelijk semi-automatisch. Dit betekent dat je over het diafragma en de ISO waarde geen controle hebt. Meestal zal dit goed gaan, maar in sommige gevallen kan het voorkomen dat je ineens een onscherpe achtergrond hebt wanneer je dit niet wil, of ligt op een verkeerde plek.

De M modus of Manual mode is de modus waar veel mensen graag in zouden willen fotograferen, maar niet zo goed weten hoe.

P (programma)

Als laatste semi-automatische modus heb je de P modus. Dit is de programma modus van de camera, soms ook wel de flexibele modus geheten. Deze modus laat jou kiezen welke belichting je toe wil passen, en welke sluitertijd en diafragma-opening je daarbij wil gebruiken. Het werkt als volgt. Je kiest een bepaalde belichting op de lichtmeter. Bijvoorbeeld 0 of +1 stops. Wat stops zijn leg ik uit in het artikel over belichting. In dit artikel vertel ik meer over hoe je de programma modus kunt gebruiken, en wanneer.

Wanneer je een bepaalde belichting voor je foto kiest, zal de camera hierbij automatisch een geschikte sluitertijd en diafragma bij kiezen. Je hoeft ze dus niet allebei apart in te stellen. Als je liever een andere diafragma/sluitertijd combinatie wil hebben, kun je een van beide aanpassen. De camera zal dan automatisch de andere aan passen naar een waarde waarbij nog steeds dezelfde belichting toe wordt gepast. Het fijne hiervan is dus dat je aan de hand van je lichtmeter de waarden kunt bepalen die goed bij je onderwerp passen. Het nadeel is wel dat het langer duurt dan wanneer je bijvoorbeeld alleen de A of S modus zou gebruiken. Ook kun je er nog steeds niet voor kiezen een volledig eigen combinatie van diafragma en sluitertijd te gebruiken. Dit komt allemaal omdat de camera per se voor de ingestelde belichting wil gaan. Als je toch volledige vrijheid wil, kun je beter de handmatige modus gebruiken.

De sluitertijdprioriteitmodus is perfect voor dit shot. Door de sluitertijd extra lang te zetten zie je alleen maar de lichten van de auto’s

M (handmatig)

De laatste van de vier modussen is de M modus, ofwel de handmatige modus. De M staat in dit geval voor het Engelse woord “Manual”. In veel artikelen zal deze modus dan ook de manual mode worden genoemd. Dit is de modus waar veel mensen graag in zouden willen fotograferen, maar niet zo goed weten hoe. De reden dat het niet zo goed lukt is vaak dat de foto bij gebruik onderbelicht of overbelicht raken. Dit heeft er simpelweg vaak mee te maken dat fotografen de sluitertijd of het diafragma aan willen passen, zonder op de andere te letten. In deze stand, om een goede belichting te krijgen, is het nodig om op allebei te letten. In eerste instantie toen ik de M stand ging gebruiken, moest ik vaak 5 of 6 foto’s maken voordat ik door had wat de juiste belichting was voor die omgeving. Later pas kwam ik erachter dat de camera speciaal voor dit doel een lichtmeter ingebouwd heeft die aangeeft wat voor belichting je kunt verwachten! Over deze lichtmeter vertel ik meer in het artikel over belichting. Wat voor de M modus belangrijk is, is dat je weet dat hij zich anders gedraagt dan dezelfde lichtmeter in de overige standen. Bij de (semi-)automatische standen worden namelijk het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarde bepaald door hoe jij de lichtmeter instelt.

In de M modus is het juist andersom! De meter zal van links naar rechts springen afhankelijk van waar je de camera op richt. Het is dan aan de fotograaf om de juiste instellingen te bepalen afhankelijk van wat het doel van de foto is. Gelukkig heb je de meter om je daarbij te helpen. Het kost wat oefening, maar als je goed begrijpt hoe je het diafragma en de sluitertijd kunt gebruiken om de juiste stops te bepalen, is het allemaal goed te doen! Zelf probeer ik altijd in deze stand te fotograferen, en als je het maar vaak genoeg doet, zul je vanzelf zien dat het steeds makkelijker gaat. Dan wil je nooit meer terug naar de andere standen 🙂 .

Heb je nog vragen over de verschillende standen? Stel ze gerust, ik beantwoord ze met plezier!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *