Belichting voor kleur

Een van de meest onbehandelde onderwerpen op het gebied van fotografie is het gebruik maken van de lichtmeter om de juiste belichting in je foto te bepalen aan de hand van kleur. Dit betekent niet dat het niet belangrijk is om mee te oefenen. Kleuren zijn zeer lastig, veel moeilijker nog dan het meten van licht in zwart-wit omgevingen! Als je gebruik maakt van spotmeting, is het nog redelijk lastig om in een keer de juiste foto met de juiste belichting te maken. Dit komt voornamelijk omdat we het lastig vinden om een kleur in gedachten om te zetten naar een vergelijkbare grijstint. Een rode kleur vinden we al snel veel donkerder dan geel, maar dit hoeft in werkelijkheid helemaal niet zo te zijn. In dit artikel help ik je om goed om te gaan met kleuren in de wereld van fotografie.

kleuren

Voor we beginnen is het handig om het een en ander te weten te komen over kleur. Kleur zie je alleen maar doordat licht wordt geabsorbeerd door de omgeving. Als je bijvoorbeeld een groene appel ziet, neemt deze appel al het licht in zich op, behalve groen. Dit groen weerkaatst hij, waardoor je dus ziet dat de appel groen is. Zoals je dus merkt, gaat het er in de fotografie voornamelijk om dat licht wordt weerkaatst en vervolgens wordt gedetecteerd door de camera sensor. Voor meer informatie hierover, zie het artikel over belichting.

Licht meten met de camera

Om de in dit artikel voorgestelde manier van werken te gebruiken, moet je een beetje achtergrondkennis hebben van de manieren waarop je camera licht kan meten. Hiervoor zijn verschillende standen mogelijk. Dit artikel legt uit hoe je dit kunt doen. In het kort komt het erop neer dat je op een aantal verschillende manieren licht kunt meten. Dit zijn spotmeting, gedeeltelijke lichtmeting, centrumgerichte lichtmeting en matrixmeting. Voor de lichtmeting in dit artikel het je de spotmeting modus nodig!

Lichtmeter gebruiken

Omdat kleuren bestaan uit licht, hebben kleuren dus een bepaalde intensiteit. Gemiddeld gezien is deze intensiteit ongeveer 18% van de lichtbron. Iedere kleur heeft echter een andere intensiteit, waardoor het redelijk lastig is om per kleur in te schatten of de lichtmeter dus op 0 of op een andere waarde moet staan. Hoe je de lichtmeter kunt gebruiken lig ik uit in dit artikel. In een sneeuwlandschap is het redelijk makkelijk, je kunt ervan uitgaan dat het meeste licht wel wordt weerkaatst en je kunt door op de sneeuw te richten deze zo wit mogelijk maken door de lichtmeter zo ver mogelijk naar rechts te zetten met behulp van de sluitertijd en het diafragma. Bij een kleur is dit lastiger. Is de rood nou juist heel neutraal van kleur of moet hij juist met +1 worden belicht? Dat is een lastige vraag.

Het makkelijkste antwoord dat ik je hiervoor kan geven is dat je het zelf moet uitzoeken. Tenslotte kun je zelf redelijk snel zien of een foto goed gelukt is of niet. Daarnaast kun je aan de hand van het histogram van een foto wel zien of de foto goed belicht is of niet.

Om jullie toch niet helemaal met lege handen achter te laten heb ik een hulpje gemaakt. Op de referenties & tips pagina heb ik de (kleur)belichting cheat sheet gemaakt. Deze bevat de kleuren rood, groen, cyaan en grijs waarmee je kunt nagaan welke kleur in de omgeving het meeste lijkt op de kleur op het canvas.

De belichting handmatig instellen

Er is een groot verschil in belichten met behulp van een (semi-)automatische modus of met de handmatige modus. Dat verschil zit erin hoe de lichtmeter in je camera zich gedraagt. De lichtmeter in een automatische modus kun je makkelijk zelf instellen. Je past aan waar tussen de -3 en de +3 je de meter wilt hebben staan, en vervolgens zal de camera zijn uiterste best doen dit voor jou te realiseren. Om dit te doen past de camera de sluitertijd of het diafragma, afhankelijk van in welke stand jij de camera hebt staan. Staat je camera in de diafragma-prioriteitmodus? Dan zal de camera de instelling voor het diafragma wat je hebt staan laten voor wat het is, maar wel de sluitertijd en ISO-waarde aanpassen om toch je gewenste belichting te realiseren.

In de handmatige modus (M) werkt het iets anders. Dit zul je al snel merken wanneer je de camera in de handmatige stand richt op een onderwerp. De wijzer van de lichtmeter zal nu niet stil blijven staan, maar afhankelijk van waar je op richt een andere waarde aangeven. De waarde die het aangeeft is afhankelijk van je ingestelde sluitertijd, ISO waarde en diafragma. Deze zul je zelf aan moeten passen om tot de juiste belichting voor jouw onderwerp te komen. Is de waarde bijvoorbeeld veel te laag? Dan moet je de foto lichter maken. Dit kun je doen door een van de drie waarden aan te passen. Als je goed uit je hoofd weet hoeveel je de waardes moet veranderen om een stop hoger te gaan, gaat dit snel. Anders zul je veel moeten oefenen om hier sneller in te worden. Als je de meter richt op een egaal gemiddeld grijs vlak zou hij ongeveer 0 aan moeten slaan. Wanneer de meter toch -1 aangeeft, kun je dus bijvoorbeeld de sluitertijd verdubbelen om een betere belichting te krijgen.
Al met al is dit misschien wel een van de belangrijkste onderwerpen op het gebied van fotografie. Maar dit wil niet zeggen dat het makkelijk is, het is juist heel erg moeilijk! Mocht je dus nog vragen hierover hebben, stel ze dan gerust in de comments! Ik zal dan mijn best doen het zo duidelijk mogelijk uit te leggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *